Rij

Oeioeioei, zomaar dertig euro in het handje. Zag ik het goed? Drie biljetten van tien onder het glas door, en hij steekt ze zo in z’n zak. Als alles eens zo makkelijk ging, zou het leven meer kleur hebben. Deed ze het expres?
Hij, vlot ribjasje, jong kind aan z’n broek, spreekt zachte woorden, een grapje. Zij lacht en bloost.
Ik zag het, hij gaf twintig, zij deed of het vijftig was. Deed ze vast vaker, die suikerspin van de bios. Zou ze haar eigen zak ook spekken? En haar baas, mijn eventuele toekomstige baas? Achter de schermen, weet van niks of ook corrupt, met grotere bedragen.
Als ik daar eenmaal zit, kunnen Willem en Harry makkelijk voor niks naar Lord of the Rings, ik af en toe wat extra zakgeld. Beter dan vakken vullen. Daar wílde ik niet eens wat meenemen. Saai, altijd vroeg op. En nu, een baantje en geen controle op de kassa. Wat een vooruitzicht.
Ho, ho, eerst aangenomen worden. Tuurlijk, maar met zo’n brief: ‘enthousiast, eerlijk, flexibel en betrouwbaar,’ en ze hebben iemand nodig. Per direct. Het briefje hangt er nog.
Die gladjakker en suikerspin kletsen maar door. Kind jengelt aan z’n hoofd, wil naar binnen, film begint zo. Hoeveel uur zou je daar achter elkaar moeten zitten? Iedereen kan je wel zien. Ach, voor wat extra geld heb ik best iets over.
Zou ’t echt niet per ongeluk gegaan zijn? Nee, kan niet. Ging te soepel. Trouwens, maakt het uit, expres of niet expres, komt op hetzelfde neer: extra centen. Wie wil dat niet, zo voor het weekend. Zal ik hem aan z’n jasje trekken, sam-sam voorstellen met de belofte dat er niets van zeg. Trapt hij niet in. Zal ‘Aso, rot op’ roepen en doorbenen naar binnen.
Man, schiet op. Ik wil m’n brief afgeven en pleiten. Moet nog naar een feestje met Willem en Harry.
Als ik hier eenmaal zit, kan ik na het werk nog mooi gaan stappen, twintig euro per keer, zouden ze die missen? Jaah, dat is te veel. Maar af toe zal ’t best kunnen.
Eindelijk, hij loopt door. Ze zwaait en roept iets. Wel de microfoon aanzetten, suikerhoofd. Ah, ze drukt op het knopje: ‘Jim, nog bedankt voor het lenen.’

© arjen van meijgaard

proza